De ondernemer die een onjuiste of onvolledige BTW-aangifte heeft gedaan en daardoor te veel of te weinig BTW heeft afgedragen, kan de Belastingdienst daarvan op de hoogte stellen door middel van een suppletie op zijn eerder ingediende aangiften. De ondernemer kán dat doen; hij is niet verplicht om dat te doen. Dat gaat veranderen: vanaf 1 januari 2012 is een ondernemer wettelijk verplicht om een BTW-suppletie in te dienen als hij teveel of te weinig BTW heeft afgedragen. Doet hij dat niet, dan riskeert hij een vergrijpboete van maximaal 100% van de met de suppletie gemoeide BTW. Die boete kan worden opgelegd naast de verzuim- of vergrijpboete wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde BTW.
Ondernemers zijn vanaf 1 januari 2012 wettelijk verplicht om uit eigen beweging onjuistheden in een aangifte omzetbelasting te corrigeren. Deze wettelijke plicht geldt als er teveel of te weinig belasting is afgedragen. De ondernemer moet een suppletieaangifte indienen zodra hij weet dat hij eerder een onjuiste of onvolledige BTW-aangifte heeft gedaan. Meestal zal dat geconstateerd worden bij het opmaken van de jaarstukken. Een suppletie kan betrekking hebben op een bepaald aangiftetijdvak, of op een heel jaar. Is er te weinig BTW afgedragen, dan leidt de suppletie tot een naheffingsaanslag; is er teveel BTW afgedragen dan wordt de suppletie behandeld als een ambthalve verzoek om teruggaaf. Voor beide situaties geldt een termijn van vijf jaar, na afloop van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of waarover de teruggaaf wordt verleend.
De inspecteur geeft aan op welke manier suppletie gedaan moet worden. Dat moet in beginsel met het digitale formulier 'suppletie omzetbelasting (PDF)', maar de inspecteur kan bij kleinere bedragen ook een andere, meer passende methode voorschrijven. Het vermelden van de nog af te dragen BTW in de winstaangifte (voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting) wordt in elk geval niet als een suppletie aangemerkt. De ondernemer moet de suppletie tijdig doen. Als hij bij het indienen van de BTW-suppletie weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur al op de hoogte is van de onjuistheid of de onvolledigheid van zijn eerdere BTW-aangifte(n), is hij te laat. Dat is ook het geval als de suppletie wordt gedaan nadat de Belastingdienst een controle heeft aangekondigd. Is de suppletie tijdig, dan wordt die behandeld als een 'vrijwillige verbetering'. De ondernemer krijgt dan alleen een verzuimboete wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, mits het te betalen bedrag niet hoger is dan € 20.000 of 10% van de eerder betaalde of terugontvangen BTW. Die verzuimboete is 5% van de verschuldigde belasting, met een maximum van € 4.920.
Is de suppletie niet tijdig en leidt die tot een naheffingsaanslag, dan riskeert de ondernemer een boete van maximaal 100% van de met die suppletie gemoeide belasting. Die boete staat los van een verzuim- of vergrijpboete wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde omzetbelasting: die boetes kunnen naast elkaar worden opgelegd.
Commentaar: ondernemers die informatie verzwijgen die voor de belastingheffing van belang is, worden door het kabinet Rutte stevig aangepakt. De nieuwe regeling voor de BTW-suppletie - met een 'extra' boete die kan oplopen tot 100% van de alsnog te betalen belasting - is daarvan een sprekend voorbeeld. De nieuwe regeling geldt voor alle BTW-suppleties die vanaf 1 januari 2012 moeten worden ingediend, ook als de suppletie betrekking heeft op de jaren vóór 2012.