Prinsjesdag; Wat staat specifiek de MKB-ondernemer fiscaal te wachten?

Inkomstenbelasting

Box 1

In 2020 wordt begonnen om in de inkomstenbelasting bij de bepaling van de fiscale winst een eerste aanzet te geven aan de afbouw van de aftrekposten. Vanaf 2020 zijn diverse aftrekposten tegen een vast percentage fiscaal aftrekbaar. Voor de komende jaren moeten de volgende percentages gelden:
 
 
De aftrekposten die dus tegen dit tarief fiscaal aftrekbaar zijn, zijn:

  • Zelfstandigenaftrek
  • Starters aftrek
  • Aftrek S&O
  • Meewerkaftrek
  • Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid
  • Stakingsaftrek
  • Mkb-winstvrijstelling
  • Terbeschikkingstellingsvrijstelling 

Posten die niet onder dit lage tarief vallen zijn:

  • Investeringsaftrek
  • Dotatie FOR
  • Premie AOV
  • Lijfrentepremie 

Voor de eigenwoning en persoonsgebonden aftrek gaat ook het een en ander wijzigen. De wijziging voor de eigenwoning gaat drastisch veranderen. De afbouw aftrek hypotheekrente gaat van 0,5%-punt per jaar naar een versnelde afbouw 3%-punt per jaar vanaf 2020 zodat het percentage dan 46% is teruglopend naar 37,05% in 2023. Daar staat tegenover dat het percentage ter bepaling van het eigenwoningforfait ook in stappen van 0,05% per jaar gaat dalen van 0,7% in 2018 naar 0,65% in 2019 en uiteindelijk 0,45% in 2023. 
 
Eveneens voor de aftrek persoonsgebonden kosten geldt vanaf 2020 het percentage voor de aftrek van 46%, teruglopend naar 37,05% in 2023. Te denken valt aan kosten van alimentatie, zorgkosten, aftrekbare giften, etc..

Box 2

Het AB-tarief stijgt in 2020 van 25% naar 26,25% en per 2021 naar 26,9%. Dit is een stuk minder dan vooraf werd verwacht, te weten een stijging naar 28,5%.

Al in 2019 wordt de voorwaartse verliesverrekening in Box 2 teruggebracht van 9 jaar naar 6 jaar.
 
De DGA wordt waarschijnlijk vanaf 2022 geconfronteerd met een nieuwe belastingheffing over te grote leningen opgenomen bij de eigen BV. Indien de lening uitstijgt boven de € 500.000 dan wordt het bovenmatige deel belast tegen het dan geldende tarief van 26,90%. Van overheidswege wordt gestreefd naar aflossen dan wel via dividenduitkeringen verlagen van de rekening-courant schuld aan de eigen BV. Leningen die zijn aangegaan voor de eigenwoning worden nog via een overgangsregeling voor een mogelijke heffing  beoordeeld en geregeld.
 

Vennootschapsbelasting

Om te beginnen is er de al eerder aangekondigde tariefverlaging:
  
 
Afgezien van de al eerder bekend gemaakte tariefsverlaging zijn er twee wijzigingen die nog meer van belang zijn. Allereerst de inperking van de voorwaartse verliesverrekening. Overeenkomstig de DGA in box 2, wordt ook voor de vennootschapsbelasting de voorwaartse verliesverrekening beperkt tot 6 jaar. Deze 6-jaarstermijn gaat gelden voor verliezen die pas in 2019 en latere jaren ontstaan. De achterwaartse verliesverrekening blijft slechts 1 jaar.

Voor panden in eigen gebruik binnen de BV kan vanaf 2019 nog slechts tot 100% van de WOZ-waarde worden afgeschreven. Voor panden van ondernemers in de IB-sfeer geldt dit niet en blijft de bodemwaarde voor panden in eigen gebruik staan op 50% van de WOZ-waarde.
 

Loonheffingen

In de sfeer van de loonheffing valt met name op de wijziging van de bijtelling van de volledig elektrische auto van de zaak. Voor dit soort auto’s gaat vanaf 2019 gelden dat van de cataloguswaarde de eerste € 50.00 belast wordt tegen 4% en het meerdere tegen 22%. Dit zal ook nog gelden voor het jaar 2020. Het 60 maandentijdvak blijft van kracht. Vanaf 2021 wordt de bijtelling 22% over de gehele cataloguswaarde van de auto.
 
Vanaf 2020 komt er een forfaitaire bijtelling voor het privégebruik van fiets van de zaak. Jaarlijks moet er 7% van de waarde van de consumentenprijs van de fiets bij het looninkomen worden bijgeteld.
 

Omzetbelasting

De belangrijkste aanpassing in de omzetbelasting is de tariefsverhoging van het lage tarief van 6% naar 9%. De hamvraag hierbij is of in 2018 vooruit gefactureerd kan worden voor leveringen en diensten die pas in 2019 worden afgenomen. Immers hoofdregel is dat het BTW-percentage geldt  zoals dit op het moment van de prestatie in de wet staat. Dus in 2019 eigenlijk 9%. De staatsecretaris staat toe dat er toch vooruit gefactureerd mag worden met het lage percentage van 6% maar dat er dan wel in  2018 betaald zijn. Als voorbeelden gelden hier betalingen voor concerten, sportevenementen, schilder-/stukadoorswerk aan oudere huizen, etc.
 
In de omzetbelasting  wordt ook een aantal vrijstellingen ingevoerd. Er komt een BTW-vrijstelling voor toelatingsexamens en tussentijdse examens beroepsonderwijs. Daarnaast wordt een verruiming van de BTW-sportvrijstelling doorgevoerd. Bij niet-winstbeogende instellingen geldt er een BTW-vrijstelling in de exploitatie. Daarnaast is de BTW op bouw en onderhoud van sportcomplexen niet meer aftrekbaar.
 
In 2020 moet het systeem van de huidige klein-ondernemersregeling in  de omzetbelasting zijn vervangen door een vrijstellingsregeling bij een omzetgrens tot € 20.000.
 

Belastingrente

Opmerkelijk in het Belastingplan 2019 is dat er een andere regelgeving  komt voor het berekenen van belastingrente op aanslagen inkomensbelasting maar ook erfbelasting. Er wordt geen belastingrente in rekening gebracht indien de aangifte inkomstenbelasting tijdig is ingediend en correct aan de verplichtingen is voldaan. Dit betekent dat de aangifte vóór 1 mei moet zijn ingeleverd en conform wordt afgehandeld.

Voor de erfbelasting betekent dit dat er een tijdig verzoek is gedaan voor het opleggen van een voorlopige aanslag dan wel dat de aangifte tijdig is ingediend en vervolgens dat de aanslag conform wordt opgelegd dan wel de aangifte conform wordt afgehandeld.