Verruiming coronasteun in verband met verlenging lockdown (januari 2021)

Op 21 januari 2021 heeft het kabinet bij Kamerbrief laten weten het bestaande steun- en herstelpakket voor banen en economie opnieuw te verruimen. Dit pakket werd eerder in augustus 2020 aangekondigd, is van toepassing sinds 1 oktober 2020 en is onder meer op 9 december 2020 ook al aangepast en uitgebreid.

In zijn brief van 21 januari 2021 heeft het kabinet bekend gemaakt de NOW (Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid) en de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten mkb) uit te breiden, onder meer door de subsidiepercentages te verhogen en de groep ondernemers die aanspraak kan maken op de subsidieregelingen te verbreden. Daarnaast verlengt het kabinet het uitstel van betaling van belastingschulden tot 1 juli 2021.

Dit heeft tot gevolg dat een grotere groep ondernemers gebruik kan maken van een tegemoetkoming in de vaste lasten. Mocht u verwachten dat u in dit kwartaal (januari t/m maart 2021) méér dan 30% omzetterugval heeft ten opzichte van het eerste kwartaal 2019 (check aangifte omzetbelasting Q1-2019!) dan komt u waarschijnlijk in aanmerking, ongeacht de branche waarin u werkzaam bent. De minimale omzetterugval van 30% is een flinke drempel, maar aangezien we niet weten hoe lang de huidige beperkingen duren, voorzien wij dat er dit kwartaal veel meer bedrijven in aanmerking komen. U dient wel minimaal 1.000 euro aan maandelijkse vaste lasten te hebben. De overige voorwaarden leest u hieronder.

Neem contact op met uw relatiebeheerder als u ten opzichte van het eerste kwartaal 2019 een grote omzetterugval verwacht. Met de aanvraag kunnen wij u uiteraard helpen, maar u moet dan wel in het bezit zijn van E-herkenning als uw onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma of besloten vennootschap wordt uitgeoefend.

Hierna gaan wij in meer detail in op deze en enkele andere in het oog springende (fiscaal-gerelateerde) maatregelen.

1. Uitstel van betaling van belasting

Het kabinet verlengt de periode waarin en waarvoor ondernemers (verlenging van) uitstel van betaling van belasting kunnen aanvragen tot 1 juli 2021 (was 1 april 2021). Dit betekent dat ondernemers tot uiterlijk 1 juli 2021 uitstel van betaling, of een verlenging van een reeds verleend uitstel kunnen aanvragen:

  • Ondernemers die na 1 april 2021 voor de eerste keer een aanvraag doen hoeven dan tot 1 juli 2021 niet aan hun nieuw opkomende betalingsverplichtingen, zoals de periodieke afdracht van omzetbelasting en loonheffingen, te voldoen.
  • Ondernemers die eerder alleen een aanvraag voor drie maanden hadden ingediend, kunnen – onder voorwaarden – alsnog vragen om verlenging van het uitstel tot 1 juli 2021. Let op: het is van groot belang dat wanneer deze ondernemers na afloop van dat driemaands-uitstel niet aan hun betalingsverplichtingen kunnen voldoen, zij zelf verlenging van het uitstel aanvragen. Doen zij dit niet, dan lopen zij het risico om te worden uitgesloten voor de betalingsregeling van 36 maanden voor de opgebouwde belastingschuld.
  • Voor ondernemers die eerder dit jaar al verlenging hadden gekregen, geldt het uitstel nu automatisch tot 1 juli 2021.

Voor al deze ondernemers geldt dat zij uiterlijk vanaf 1 juli 2021 weer moeten voldoen aan de op of na die datum ontstane betalingsverplichtingen. De tijdens de periode van het tijdelijk versoepelde uitstel opgebouwde belastingschuld hoeft niet ineens op 1 juli 2021 te worden voldaan: ondernemers komen in aanmerking voor een betalingsregeling van 36 maanden vanaf 1 oktober 2021 (was 1 juli 2021).

2. Gebruikelijk loon

Een aanmerkelijkbelanghouder die arbeid verricht voor het lichaam waarin hij het aanmerkelijk belang houdt (ab-werknemer), dient normaliter in ieder geval belasting te betalen over een wettelijk vastgelegde passende arbeidsbeloning, het zogeheten gebruikelijk loon. Gelet op het grote omzetverlies dat in sommige sectoren wegens de coronacrisis wordt geleden, zal worden geregeld dat ook het gebruikelijk loon over 2021 lager mag worden vastgesteld. Anders dan in 2020, waarin een soortgelijke maatregel van kracht was, gaat voor 2021 een toegangsdrempel gelden, die erop neerkomt dat in 2021 ten opzichte van 2019 ten minste 30% omzetverlies moet zijn geleden. Is dit het geval, dan mag het gebruikelijk loon voor 2021 – zonder overleg met de inspecteur – worden gesteld op het bedrag van het gebruikelijk loon voor 2019 vermenigvuldigd met een factor zijnde de omzet over heel 2021 gedeeld door de omzet over heel 2019. Voor 2020 werden de eerste vier maanden van 2020 nog vergeleken met de eerste vier maanden van 2019.

Voor het overige gelden dezelfde eisen als voor het verlagen van het gebruikelijk loon voor het jaar 2020.

3. Reiskostenvergoeding, werkkostenregeling en thuiswerken

3.1 Reiskosten

De maatregel met betrekking tot de onbelaste vaste reiskostenvergoeding wordt verlengd tot 1 april 2021 (was 1 februari 2021). Dit betekent dat tot 1 april 2021 de bestaande vaste reiskostenvergoedingen door de werkgever nog onbelast kunnen worden vergoed, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. Voorwaarde is wel dat de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had op deze vaste reiskostenvergoeding.

3.2 Werkkostenregeling

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt net als in 2020 ook in 2021 verhoogd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 van de loonsom per werkgever.

3.3 Thuiswerken

Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden van een aanvullende regeling waarbinnen het voor de werkgever mogelijk wordt om onbelast thuiswerkkosten te vergoeden, naast het vergoeden van bijvoorbeeld arbo-voorzieningen en ICT-middelen, wat nu al mogelijk is.

4. Urencriterium

Een ondernemer die belastingplichtig is voor de inkomstenbelasting heeft enkel recht op bepaalde ondernemersfaciliteiten – zoals de zelfstandigenaftrek – indien hij ten minste 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan werkzaamheden voor zijn onderneming. Het is echter denkbaar dat ondernemers door de coronacrisis minder of geen werkzaamheden voor hun onderneming verrichten, waardoor zij de ondernemersfaciliteiten zouden kunnen verliezen. Daarom zal worden geregeld dat bij de beoordeling of voldaan is aan het urencriterium, ondernemers in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 worden geacht ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed (en ten minste 16 uren per week voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid).

Ondernemers die normaliter een urenpiek hebben in de periode van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 doordat zij seizoensgebonden werk verrichten, zullen worden geacht een gelijk aantal uren te hebben besteed in dezelfde periode in 2021 als het aantal uren dat is besteed in de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 juni 2019. De voorgaande regelingen zijn vergelijkbaar met die voor 2020.

5. Overige fiscale maatregelen

Verlengd tot 1 juli 2021 worden:

  • het uitstel van administratieve verplichtingen rondom de loonheffingen;
  • het akkoord met Duitsland en België over de belastingheffing van grenswerkers;
  • de vrijstelling voor een aantal Duitse netto-uitkeringen;
  • het btw-nultarief op mondkapjes;
  • het btw-nultarief op de uitleen van zorgpersoneel;
  • het btw-nultarief op COVID-19- vaccins en testkits; en
  • het behoud van het recht op hypotheekrenteaftrek voor huizenbezitters als zij van hun hypotheekverstrekker een hypotheek-betaalpauze krijgen.

Het tijdelijk verlaagde btw-tarief (9%) op de sportlessen die sportscholen online aanbieden loopt door totdat de verplichte sluiting van sportscholen wordt opgeheven.

6. Verhogen NOW-subsidiepercentage

Het kabinet heeft in augustus 2020 reeds besloten om de NOW per 1 oktober 2020 met drie tijdvakken van drie maanden te verlengen. Bij de presentatie van de NOW 3 schetste het kabinet een afbouw van de NOW-subsidie. Begin december 2020 maakte het kabinet echter bekend het subsidiepercentage voor het eerste kwartaal van 2021 niet te verlagen, waardoor deze voor dat kwartaal ook 80% zou gaan bedragen. In de brief van 21 januari 2021 maakt het kabinet bekend dat het met de sociale partners heeft afgesproken dat het NOW-subsidiepercentage wordt verhoogd van 80% naar 85%. Deze verhoging geldt zowel voor het eerste als tweede kwartaal van 2021.

Het minimale omzetdervingspercentage van 20% dat al gold voor het eerste kwartaal van 2021 zal ook gaan geleden voor het tweede kwartaal (in plaats van 30%). En het percentage van de loonsomvrijstelling in het tweede kwartaal van 2021 wordt verlaagd van 20% naar 10% en daarmee (ook) even hoog als in het eerste kwartaal van 2021. Het maximaal in aanmerking te nemen loon per werknemer voor de subsidie zal ook gelijk getrokken worden, zodat het in beide kwartalen gebaseerd is op tweemaal het geldende maximumdagloon per maand (voor het tweede kwartaal 2021 was aanvankelijk een verlaging voorzien tot eenmaal dat dagloon).

7. Verruiming TVL

De TVL werd eerder al per 1 oktober 2020 met drie tijdvakken van drie maanden verlengd, waarbij het maximale subsidiebedrag werd verhoogd naar € 90.000 per tijdvak. Begin december 2020 werd aangekondigd dat de voorgenomen verhoging van het minimale omzetdervingspercentage voor het tweede tijdvak niet zou doorgaan, zodat dit percentage van januari tot en met maart 2021 op 30% bleef staan. Ook werd aangekondigd dat het subsidiepercentage werd verhoogd door het te vergoeden deel van de vaste lasten te laten oplopen met de omzetderving: van 50% van de vaste lasten bij een omzetderving van 30% tot 70% daarvan bij een omzetderving van 100%. Deze verhoging zou gaan gelden voor zowel het eerste als het tweede tijdvak.

In zijn brief van 21 januari 2021 maakt het kabinet bekend de TVL stevig uit te breiden.

7.1 Vergoedingspercentages

Het kabinet verhoogt de vergoedingspercentages van de vaste lasten naar 85% voor alle ondernemers met een omzetverlies vanaf 30%. Het vergoedingspercentage loopt daardoor niet langer op van 50% tot 70% (afhankelijk van de mate van omzetderving), maar is proportioneel 85%.

7.2 Doelgroep uitgebreid: werknemersgrens losgelaten

Het kabinet stelt de TVL in het eerste en tweede kwartaal van 2021 ook open voor bedrijven met meer dan 250 werknemers.

7.3 Verhogen maximaal subsidiebedrag

Om de steun voor zowel grotere, kapitaalintensieve bedrijven als zwaarder getroffen bedrijven beter aan te laten sluiten bij hun situatie wordt het maximale subsidiebedrag voor een onderneming per kwartaal verhoogd van € 90.000 naar € 330.000. Dit geldt zowel voor het eerste als tweede kwartaal van 2021. Voor de bedrijven met meer dan 250 werknemers wordt het maximum subsidiebedrag vastgesteld op € 400.000.

7.4 Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD)

Naar aanleiding van de sluiting van de detailhandel kondigde het kabinet eind vorig jaar voor het eerste kwartaal van 2021 ook een eenmalige en aan de TVL gekoppelde extra subsidie (‘opslag’) aan voor daarin werkzame ondernemers. In de brief van 21 januari 2021 maakt het kabinet bekend dat deze subsidie in het eerste kwartaal van 2021 zal neerkomen op een opslag van 21% op het vaste-lasten-percentage in de TVL (oftewel: 17,85% van het omzetverlies).

Voor het ontvangen van de VGD hoeven in aanmerking komende ondernemers geen aparte aanvraag in te dienen. Dit loopt automatisch mee in de nog in te dienen aanvraag voor de TVL in het eerste kwartaal van 2021. De opslag kent een eigen maximumvergoeding van € 200.000 en valt buiten de hierboven vermelde verhoogde maximumvergoeding van € 330.000 / € 400.000.

NB De Horecasubsidie Voorraad & Aanpassingen (HVA) komt in het eerste kwartaal van 2021 niet meer terug.

7.5 Minimum subsidiebedrag en minimale vaste lasten

Om kleine bedrijven ook tegemoet te komen, heeft het kabinet besloten om vanaf het eerste kwartaal van 2021 het minimum subsidiebedrag te verdubbelen van € 750 naar € 1.500 per ondernemer. Daarnaast onderzoekt het kabinet of het vereiste van minimaal € 3.000 aan vaste lasten per kwartaal kan worden verlaagd.

 

Let op: heeft u een omzetverlies in kwartaal 4 2020; TVL Q4 is aan te vragen tot en met 29 januari 2021 17:00 uur.

TVL Q1 2021 over de periode  1 januari t/m 31 maart 2021 gaat naar verwachting in februari 2021 open.

8. Starters

Ook komt het kabinet met een aparte regeling voor starters die zoveel mogelijk is gebaseerd op de TVL. Deze regeling zal gelden voor ondernemers die zijn gestart tussen 1 januari en 30 juni 2020. De referentieperiode voor deze bedrijven zal het derde kwartaal van 2020 zijn en de regeling geldt voor zowel het eerste als het tweede kwartaal van 2021. De regeling wordt nog uitgewerkt. Het kabinet hoopt het loket in april/mei 2021 te kunnen openen.

9. Geen wijzigingen in Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3)

Per 1 oktober 2020 had het kabinet ook de Tozo met drie tijdvakken van drie maanden verlengd (Tozo 3). Het kabinet had eerder al besloten om de invoering van de beperkte vermogenstoets uit te stellen tot 1 april 2021. In de brief van 21 januari 2021 maakt het kabinet bekend af te zien van invoering van de beperkte vermogenstoets per 1 april 2021 (onder Tozo 4).

Mocht u naar aanleiding van het voorgaande vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met uw gebruikelijke contactpersoon.